Gezondheid telt in oss

Inleiding

Aanleiding

Het aantal jongeren in Nederland met overgewicht groeit (GGD HVB, 2007). In Oost- Brabant komen jongeren door hun gerichtheid op bepaalde vormen van tijdsbesteding (pc, television, spelcomputer) steeds minder toe aan beweging. Het is om die redenen dat het van belang is dat leven gestimuleerd worden meer te gaan sporten opdat het lichaamsgewicht past bij leeftijd en lengte en de lichamelijke fitheid op een goed niveau is.

In p beleidsnotitie ‘Gezondheid telt! in Oss' van de GGD Hart van Brabant (2007) wordt aangegeven dat een groot proportion van de jongeren uit Oss overgewicht heeft. In de nota wordt dit als volgt aangegeven: ‘In Oss heeft 15PERCENT van de kinderen (2 t/m 11 jaar) durante 13PERCENT van de jongeren (12 t/m 17 jaar) overgewicht. Oss scoort voor deze beide rates (samen met nog een enkele gemeente) het hoogst in de regio.' (GGD HVB, 2007, p.8)

Welke uitdagende bewegingsactiviteiten kunnen de concurrentie aan met de steeds dominantere plaats van de Television en (spel)pc in de maatschappij, en jongeren verleiden tot meer beweging? Met deze vraag is het ontstaan dat risicosporten wellicht kunnen helpen jongeren meer aan het bewegen te krijgen that is idee. Omdat jongeren gevoeliger zijn voor spanning en sensatie (Crone, 2008) zou het kunnen zijn dat zij zijn te motiveren tot deelname risicosporten. P comprising die wordt in television- programma omzetten en inspanning in het echte leven in comprising: het onderzoeken waard, een idee!

Probleemstelling

Doelstelling:

Inzicht krijgen in effecten van uitbreiding van het van sportstimuleringsprojecten voor jongeren van 12 t/m 17 jaar in gemeente Oss in beweging te krijgen achieved risicosporten om meer jongeren.

Vraagstelling:

In zijn jongeren van 12 t/ m 17 jaar in de gemeente Oss gemotiveerd tot meer beweging bij een uitbreiding van het huidige bewegingsaanbod van sportstimuleringsprojecten achieved with risicosporten?

Deelonderwerpen en deelvragen:

1. Bewegen en risicosporten

• Wat zijn risicosporten?

• Wat zijn kenmerken van risicosporten?

• Welke risicosporten zijn uit te voeren in de gemeente Oss? (inventarisatie)

• In hoeverre leveren risicosporten (intensieve) bewegingsmomenten op?

• Wat is p norm voor voldoende beweging bij jongeren van 12 t/m 17 jaar?

• Hoe kan er gemeten worden of jongeren van 12 t/m 17 jaar voldoende bewegen?

2. Jongeren en interesse

• Wat zijn gedragskenmerken (definitie) en interesse (definitie) van jongeren van 12 t/m 17 jaar, in het bijzonder in de gemeente Oss?

• Wat zijn kenmerken van de leefwijze/ leefstijl (definitie) van jongeren van 12 t/m 17 jaar, in het bijzonder in de gemeente Oss?

• Hoe kunnen de interesses m.b.t. Bij jongeren tussen en 17 jaar gemeten worden de??

3. Motivatie en risicosporten

• Wat is motivatie?

• Wat zijn algemene motivaties om te nemen aan risicosporten?

• Wat zijn motivaties voor jongeren van 12 t/m 17 jaar om?

• Hoe kunnen de motivaties van jongeren van 12 t/m 17 jaar gemeten worden

Onderzoek

Dit onderzoek zal licht werpen op vraag of uit gemeente volgens de Nederlandse beweegnormen daadwerkelijk te. Er wordt gekeken of risicosport that is p - mogelijkheden in gemeente Oss bij kunnen dragen aan het halen van de beweegnormen bij jongeren. Via studies van interesses van jongeren met betrekking tot vrijetijdsbesteding om te nemen aan risicosporten gekeken of jongeren via meer willen gaan bewegen. Gemeente Oss krijgt via onderzoek meer inzicht in vraag of het slender is het van sportstimuleringsprojecten voor jongeren uit te bereiden achieved risicosporten.

Werkwijze

Als eerste wordt uitgelegd wat er wordt onder risicosporten. De mogelijkheden tot het beoefenen van risicosporten in Oss geanalyseerd waarna that is gemeente gezondheidsvoordelen bij. Vervolgens worden de beweegnormen toegelicht en wordt via meetmethode aangegeven hoe beweeggedrag kan worden that is gemeten. Interesses van jongeren worden hierna geanalyseerd het gedrag en leefstijl, aan de palm van de leeftijdsfase. Via een meetmethode er omschreven hoe de van jongeren gemeten worden. Vervolgens wordt het begrip motivatie omschreven. Na van interesses, begrippen risicosporten van jongeren en motivatie wordt gekeken wat mensen motiveert om deel te nemen aan risicosporten, in het bijzonder jongeren. Tussen de resultaten uit de literatuur en het empirisch onderzoek worden verbanden conclusies getrokken aan gemeente Oss gedaan.

Leeswijzer

In eerste hoofdstuk zal eerst het' nader uitgelegd worden. P risicosport- mogelijkheden in Oss worden vervolgens uiteengezet that is gemeente. Hierna worden verschillende gezondheidsvoordelen bij uitvoering van deze risicosporten in gebracht. De verschillende Nederlandse beweegnormen worden omschreven, waarbij de van risicosporten, naar voren komen, om aan deze beweegnormen te voldoen. Op Nederlands niveau wordt vervolgens gekeken of jongeren aan beweegnormen voldoen. Als laatste wordt er een meetmethode toegelicht waarmee bezien kan worden of jongeren uit gemeente Oss (on) voldoende bewegen.

In het tweede hoofdstuk worden de interesses van jongeren het gedrag en leefstijl in gebracht, via een review van de leeftijdsfase. Hierbij wordt er bij p vrijetijdsbesteding en de ingegaan op gezondheid van jongeren. Er wordt een gegeven waarmee gemeten kan worden in jongeren uit gemeente Oss hebben tot comprising en kenmerkend voor risicosporten.

Een interesse check wordt ook gekeken of jongeren uit gemeente Oss daadwerkelijk willen nemen aan risicosporten that is deel. In hoofdstuk 3 wordt het begrip ‘motivatie' omschreven, waarbij een koppeling wordt gemaakt naar gedrag. Motivaties voor risicosporten worden uiteengezet. Vanuit de algemene motivaties en de interesses van jongeren (hoofdstuk 2) worden mogelijke motivaties gegeven waarom jongeren deel zouden willen nemen aan risicosporten. Tot slot wordt er een meetmethode geconstrueerd waarmee de motivaties van jongeren uit gemeente Oss in gebracht kunnen worden.

Met de resultaten uit de literatuur en empirisch onderzoek worden conclusies getrokken. Als laatste worden aan gemeente Oss aanbevelingen gedaan met betrekking tot de mogelijke uitbreiding van sportstimuleringsprojecten voor jongeren met with risicosporten.

1. Bewegen en risicosporten

Dit hoofdstuk zal licht werpen op vraag of bij kunnen dragen aan gezond beweeggedrag van jongeren in Oss. Hiervoor wordt eerst het' duidelijk gemaakt. Vervolgens wordt uitgelegd risicosporten uit te voeren zijn in Oss. In risicosporten intensieve beweegmomenten durante gezondheidsvoordelen london, hierna omschreven that is wordt aan palm van enkele, in Oss realiseerbare that is gemeente, risicosporten. Aan de palm van beweegnormen wordt het beweeggedrag van Nederlandse jongeren waarbij ook de van hierin duidelijk wordt that is risicosporten. Als laatste wordt aangegeven hoe het beweeggedrag van jongeren uit gemeente Oss gemeten kan worden middels een vragenlijst.

1.1 Omschrijving risicosporten

In het woordenboek het begrip Risico that is wordt aangeduid voor schade of verlies kansen die bij iets voordoen" (Vermeer, g, 1997. 354). Met dit gegeven kan het begrip risicosporten gedefinieerd worden als: sportactiviteiten met een grotere kans op situaties.

Risicosporten worden vaak geassocieerd met actiesporten of avontuursporten, severe sporten. Een definitie van severe sporten wordt als volgt gegeven: ‘'any running effort regarded more threatening than others, for example bungee jumping, snowboarding; also known as motion sport.Extreme activities have a mixture of pace, peak, risk and magnificent stunts" (www.dictionary.reference.com).

De definitie van risicosporten is doorway marketingtrends in de-loop van de jaren. Toen de phrase eind jaren / start diepzeeduiken en jumping, jaren voor het eerst voorkwam het gebruikt voor sporten zoals skydiving tennis surfen skiën snowboarden alpinisme. In die een enorme groei in populariteit Veel van deze sporten ondergingen. Het begrip wordt tegenwoordig meer gebruikt bij sporten voor jeugd zoals skateboarden, snowboarden en BMX- fietsen, durante is fulfilled de advertising meer gericht op de jongere generatie (Zuckerman, 2006).

1.2 Kenmerken risicosporten

P phrase ‘risicosporten' is type begrip dat voor een groot aantal verschillende activiteiten waardoor het moeilijk is te bepalen sporten im onder vallen that is precise. Wel zijn er overeenkomende kenmerken.

Bij risicosporten komen er relatief meer oncontroleerbare situaties voor dan bij gewone sporten. Beoefenaars van deze strijden niet alleen tegen elkaar de obstakels en uitdagingen. Natuurlijke variabelen zijn vaak weer en terrein gerelateerd, zoals sneeuw, water en bergen, breeze. Omdat deze variabelen verschillende situaties begrepen worden door de deelnemer that is immediate is er een grote techniek en nodig om de kans situaties te minimaliseren. Daarnaast zijn risicosporten vaak ook individuele sporten (Appleton, 2005).

Sporters bij sporten strijden tegen elkaar onder gecontroleerde omstandigheden. Bij risicosporten kunnen de variabelen voor de that is externe sporters gelijk gehouden worden. Ook de beoordelingscriteria bij zijn niet vergelijkbaar met with sporten. Sporten kunnen worden beoordeeld door afstand of tijd. Risicosportprestaties worden vaak beoordeeld met meer subjectieve requirements, zoals originaliteit en moeilijkheidsgraad van de prestatie (Appleton, 2005).

Het onderscheid tussen de risicosport en de sport vaak te maken met with marketingtrends en hoe im gedacht kan opleveren. Een activity zoals kan erg gevaarlijk zijn that is rugby, maar wordt niet gecategoriseerd als risicosport. Dit omdat de game een traditioneel karakter heeft, en elementen van risicosporten water zoals hoge snelheid of spectaculaire tricks (Gottlieb, 2005).

1.3 Risicosporten in gemeente Oss

Risicosporten worden vaak geassocieerd met with van wilde rivieren of bergtoppen. Appelton omschrijft dit als een strijd tegen natuurlijke obstakels en uitdagingen (Appleton, 2005). Gemeente Oss heeft weinig natuurlijke omgevingen voor risicosporten that is gunstige. Zijn er meerdere risicosporten in de gemeente Oss uitvoerbaar. Dit komt doordat er tegenwoordig meer mogelijkheden zijn om risicosporten via voorzieningen uit te voeren. Naast bijvoorbeeld de sporten skaten of skateboarden kunnen de sporten klimmen, wildwater- kanoën/ raften, of skiën/ snowboarden in Nederland uitvoerbaar gemaakt worden via een kunstmatige klimmuur (een klimhal), een kunstmatige wildwaterbaan (bijvoorbeeld Dutch Water Desires in Zoetermeer), of een kunstmatige skipiste (een skihal). Vaak worden deze sportvoorzieningen gebruikt voor trainingen om zo respectievelijk in het zomer of winterseizoen goed voorbereid p risicosport uit te voeren op plaatsen waar de natuurlijke is voor de risicoport. Voor onervaren sporters kunnen deze risicosporten via voorzieningen echter ook ideaal zijn om game op een veilige en manier aan te leren.

Risicosporten die anno 2009 uitvoerbaar zijn in Oss:

* Klimmen

* Skien/ snowboarden

* Skaten/ skateboarden

* Mountainbiken

* Kanoën

Klimmen

In jeugdhuis ‘De Sprankel' in Schaijk (dichtbij Oss gelegen) is in 2008 een klimwand gerealiseerd. Via deze kan er op een veilige manier kennis worden gemaakt met with de klimsport. Zowel scholen als verenigingen kunnen gebruik maken van deze klimwand (www.scoutingschaijk.nl).

Naast de in Schaijk kan gemeente Oss ook gebruik maken van mobiele klim- of boulderingwanden. P mobiele klim- of boulderingwand is een handig om bijvoorbeeld scholen kennis te laten maken met with het klimmen. Doordat deze klimmogelijkheden neergezet kunnen worden zijn ze voor evenementen that is ideaal. Zo kan een mobiele klimwand op het schoolplein opgesteld worden, hierdoor is het voor scholen erg makkelijk om p aan te bieden that is klimactiviteiten.

Skiën/ snowboarden

Bij Alpine Activities in Oss kan er geskied durante worden op een rolbaan that is gesnowboard. Via een baan blijft of snowboarder steeds op dezelfde plek. Er kan op deze manier ‘'eindeloos" afgedaald worden. Doordat de instructeur steeds dichtbij is en er geen echte afdaling plaatsvindt, kunnen bijvoorbeeld scholen op een veilige manier kennis maken met de wintersport (www.alpinesports.nl).

Skaten/ Skateboarden

Skaten en kan zoals in gemeente uitgevoerd worden. Via tochten around goed asfalt kan er geskate of worden. Ook kan er gebruik gemaakt worden van aangelegde skatevoorzieningen. Zo zijn er 5 skatevoorzieningen in gemeente Oss; een skatepleintje in Megen en een Half-Pipe/ Vert bij de Rusheuvel en Coornhertstraat. Voor de toekomst zijn er plannen om een overdekte skatehal te bouwen in OSS (Gemeente Oss, 2001).

Mountainbike

P control mix- nation mountainbiken kan goed uitgevoerd worden in de bossen van Herperduin (gemeente Oss). Herperduin is heuvelachtig dat uitdagende mountainbikeroutes that is bosgebied heeft. Er kan goed worden met with de van de tocht. In het bos zijn genoeg mogelijkheden om additional moeilijke of juist makkelijke lussen te rijden (www.oss.nl).

Kanoën

Op verschillende wateren binnen de gemeente Oss kan gekanood worden. Bij de Maaslandse Kano vereniging (Macharen - gemeente Oss) kunnen kanois gehuurd worden. Via het bij Macharen kan er that is kanaal op grotere rivier de Maas gevaren worden. Bij de rivier de Wetering in Macharen kan er ook een officieel slalomparcours gevaren worden (www.mkv-oss.nl).

1.4 Bewegingsmomenten bij risicosporten

In er bij uitvoering van risicosporten gezondheidsvoordelen op treden, zal worden toegelicht aan palm van de fysiologie van de sporten; skaten, klimmen, mountainbiken / skateboarden snowboarden en kajakken. Uit de vorige paragraaf is dat deze risicosporten uitvoerbaar zijn in de gemeente Oss. Om deze reden worden p bij deze risicosporten that is bewegingsmomenten geanalyseerd.

1.4.1 Fysiologie risicosporten

Bij de klimsport wordt voornamelijk het anaerobe energiesysteem gebruikt (korte intensieve bewegingsmomenten). Er wordt een beroep gedaan op het bovenlichaam, spiercontracties in zijn typische that is p bij klimactiviteiten. Ook is er een belangrijke rol voor de ledematen voor opwaartse. Door het gebruik van een groot aantal verschillende spieren door heel het lichaam is klimmen ideaal om het lichaam op een uitdagende manier healthy te houden (verbetering spierkracht, lenigheid en coördinatie). Weliswaar in mate, ook wordt, het energiesysteem bij klimmen that is aerobe geactiveerd. Bij gevorderde klimmers werd er bij het interior klimmen een VO2 waarde (zuurstof opname, kenmerkend voor het aerobe energiesysteem) gemeten dat overeenkwam achieved 45,6PERCENT van het VO2 max. (maximale zuurstof opname). Hierdoor wordt er tijdens het klimmen ook een bijdrage geleverd aan de algemene conditie (ademhalingssysteem) (Britisch Journal Of Sportsmedicine, 2006).

Bij het mountainbiken binnen de mix- nation self-control wordt intensief gebruik gemaakt van zowel het aerobe (langdurige proceed bewegingsmomenten) als het anaerobe energiesysteem (korte intensieve bewegingsmomenten). Het mix- in tegenstelling tot de down-hill nation mountainbiken london version, een hoge intensiteit en een grote. Bij korte klimmetjes wordt een hoog vermogen geleverd (anaerobe), waarna het vermogen bij de afdaling zakt tot bijna nul. Het period- patroon dat hiervoor kenmerkend is, is niet te zien bij de hartslagwaarden, deze blijft bij korte klimmen en afdalingen zo goed als gelijk (aerobe). Door de vele klimmetjes, die p crosscountry mountainbike control kent men goed ‘in het' kunnen rijden. Bij het in het wordt er een beroep gedaan op het anaerobe energiesysteem that is rood. Het gebruik van het anaerobe energiesysteem is gunstig voor de van het lichaam that is fitheid. Een goed ontwikkeld uithoudingsvermogen is, gezien p continuous hoge hartslagwaarden (+/- 60PERCENT-80% van de VO2 max.), ook erg belangrijk bij mix- nation mountainbiken, en ideaal voor vetverbranding (cardiovasculair) (www.contest.nl).

Inline (skeeleren) kan zowel aerobe als anaerobe getraind worden. Wanneer er langer aanhoudend geskate wordt zal voornamelijk het aerobe energiesysteem getraind worden. P energie voor snelle, skate that is korte - uitbarstingen worden voornamelijk door het anaerobe energiesysteem that is geleverd. Bij het Freestyle skaten of skateboarden, op aangelegde zoals een Halfpipe de energie geleverd worden door een combinatie van de twee energiesystemen. Door het period karakter bij het Freestyle skaten wordt het aerobe energiesysteem gebruikt doordat de rustmomenten erg kort zijn waardoor de hartslag minimaal daalt (zoals bij mix- nation mountainbiken). Daarnaast worden voor de snelle, korte sprintjes (bij bijvoorbeeld sprongen) meerdere verschillende spieren intensief gebruikt (anaerobe). Freestyle skaten kan hierdoor, wanneer de technieken enigszins eigen zijn gemaakt, ook goed zijn voor de algemene fitheid van het lichaam (www.skatetime.com).

Vlakwater kajakken wordt door hoge eisen aan het bovenlichaam. Deze activity vereist in het algemeen een hoog vermogen en, een anaerobe vermogen, in mate. Ook hierbij geld dat het anaerobe energiesysteem actiever wordt wanneer er korter durante intensiever gekajakt wordt (Diary of Sports-Science and Medication, 2008). P sporten skiën en snowboarden vereisen, in vergelijking met vlakwater kajakken, een groter anaerobe vermogen, en zijn meer belastend voor onderlichaam (www.sport-exercise-advisor.com).

1.4.2 Conclusie

Door risicosporten op specifieke manieren uit te voeren kunnen verschillende gezondheidsvoordelen opgedaan worden. Voor de algemene conditie en vetverbranding (ademhalingssysteem, cardiovasculair) is het belangrijk om p bewegingsmomenten langdurig en continu uit te voeren. Voor de algemene fitheid (spierkracht, lenigheid en coördinatie) zijn korte intensieve bewegingsmomenten belangrijk. Het blijkt dat alle omschreven risicosporten tijdens de uitvoering zowel een bijdrage kunnen leveren aan de conditie (aerobe) als de algemene fitheid (anaerobe).

1.5 Norm voldoende beweging voor jongeren

3 normen ontwikkeld om na te gaan of lichaamsbeweging plaatsvindt that is voldoende. Het betreft:

* p Nederlandse Norm Gezond Bewegen (NNBG)

* p Fitnorm

* p Combinorm

De Nederlandse Norm Gezond Bewegen (NNBG) is afgeleid van internationale richtlijnen en is in 1998 vastgelegd. Opvolgen van deze adviezen zou gezondheidswinst moeten opleveren achieved title op het gebied van het voorkomen van hart- . Per leeftijdsgroep de tradition, durante is in het algemeen op 30 minuten week matig bewegen op ten 5 dagen in delaware. Voor jeugd onder 18 jaar is een specifieke NNGB opgesteld: ‘dagelijks een uur matig intensieve lichamelijke activiteit, waarbij de activiteiten ten minste twee maal each week gericht zijn op het verbeteren of handhaven van lichamelijke fitheid (kracht, lenigheid en coördinatie)' (http://www.sportzorg.nl). P beweegnorm NNGB voor jongeren is dus strenger john de algemene NNGB. Ook wordt het begrip ‘lichamelijke fitheid' meegenomen in p tradition. Omdat bij risicosporten, zoals aangegeven in paragraaf 1.4, vaak een beroep wordt gedaan op zowel de kracht, lenigheid en coördinatie (anaerobe), als p proceed intensieve beweging (aerobe), kunnen deze sporten een goede bijdrage leveren om aan deze beweegnorm te voldoen. Minder uitgebreide beweegnorm, een andere, is p Fitnorm. Norm gaat ervan uit dat voor gezond beweeggedrag maal each week tenminste 20 minuten intensieve. Als laatste is p combinorm een combinatie van eerder genoemde beweegnormen. Deze norm laat een combinatie van de twee normen zien waardoor een totaalbeeld gegeven kan worden (http://www.sportzorg.nl).

Het CBS (Rapportage Activity, 2006) geeft aan dat het proportion jongeren van 12 tot 17 jaar dat aan de NNGB beweegnorm in 2004 voldoet, 54% bedraagt en beer is john p rates voor de leeftijdsgroepen 18 tot 34 jaar, 35 tot 54 jaar en zelfs 65 tot 74 jaar. Als norm hanteert de algemene NNGB van 30 minuten matig intensieve lichamelijke beweging per dag op ten minste 5 dagen in p week (CBS, 2006). Het blijkt dus dat jongeren in 2004 minder vaak voldoen aan algemene NNGB, terwijl de specifieke beweegnorm van de NNGB voor meer eisend that is jongeren is.

Uit het onderzoek van TNO (2008) blijkt, ondanks in 2008 meer jongeren ten opzichte van 2007 aan de beweegnormen voldoen, im in 2008 meer jongeren inactief zijn t.o.v. 2007 (zie tabel 1). Hieruit is te concluderen dat jongeren die al aan activity deden meer zijn gaan sporten. In het rapport wordt ook dat p sportstimulering in de jaren meer gericht zijn op jongeren. Wanneer er gekeken wordt naar de specifieke leeftijdsgroep van 12 t/m 17 jaar valt het op dat er binnen deze groep een groot aantal meer jongeren niet aan de beweegnormen voldoet vergeleken met de jongere jeugd (4 t/m 11 jaar) (zie tabel 2). Ook zijn er binnen deze leeftijdsgroep meer jongeren die inactief zijn (6,6PERCENT meer dan bij de 4 t/m 11 jarige) (TNO, 2008).

Tabel 1. Proportion inactieve jongeren en jongeren die aan de beweegnorm voldoen (4 t/m 17 jaar)

Jaar

Inactief in procenten

NNGB jeugd

Fitnorm

Combinorm

2006

13,5

26,9

27,4

46,9

2007

13,1

19,2

29,4

43,3

2008

16,6

25,8

35,5

47,3

(TNO, 2008) Inactief: niet voldoende actief (minimaal 60 minuten) op 0-2 dagen in zomer en winter

Tabel 2. Proportion inactieve jongeren en jongeren die aan de beweegnorm voldoen per leeftijdsgroep (2006-2008)

Leeftijd

Inactief in procenten

NNGB jeugd

Fitnorm

Combinorm

4 t/m 11 jaar

10, 4

30,6

33,7

52,6

12 t/m 17 jaar

17

19

29,6

43,1

(TNO, 2008) Inactief: niet voldoende actief (minimaal 60 minuten) op 0-2 dagen in zomer en winter

1.6 Meetmethode norm voldoende beweging jongeren

In Nederlandse onderzoeken naar bewegingsgedrag van wordt vaak de NNBG-norm gebruikt. Males that are omdat op leeftijden meer of minder heeft de NNGB voor leeftijdsgroepen eigen beweegnormen opgesteld. Om te kijken of jongeren uit Oss voldoende bewegen wordt hierom gebruik gemaakt van de NNGB voor de jeugd (onder de 18 jaar). Deze tradition is de meest beweegnorm voor te onderzoeken leeftijdsgroep.

Of uit gemeente Oss bewegen wordt gemeten that is voldoende middels een vragenlijst. Om een goed beeld te krijgen dat te vergelijken is met andere onderzoeken wordt een gevalideerde vragenlijst gehanteerd die bij onderzoeken van het TNO met betrekking tot de NNGB voor de jeugd gebruikt wordt (TNO, 2007).

Vragenlijst

De volgende vragen gaan over lichaamsbeweging, zoals wandelen of fietsen, sporten of op faculty that is bewegen. Het gaat om alle lichaamsbeweging die tenminste actually inspannend is als stevig doorlopen op fietsen:

1. Dagen each week in p ZOMER heb jij tenminste 30 minuten per dag zulke lichaamsbeweging?

2. Dagen each week in p WINTERTIME heb jij tenminste 30 minuten per dag zulke lichaamsbeweging?

3. Dagen each week in p ZOMER heb jij tenminste 60 minuten per dag zulke lichaamsbeweging?

4. Dagen each week in p WINTERTIME heb jij tenminste 60 minuten per dag zulke lichaamsbeweging?

Samenvatting hoofdstuk 1

Risicosporten staan voor sportactiviteiten met een grotere kans op situaties. Het begrip is een marketingterm, om aan te geven dat het over een activity gaat met hoge snelheid, grote hoogte of spectaculaire tricks (Zuckerman, 2006). Im is veel discussie over sporten precies onder vallen, waardoor er geen algemeen erkende lijst met with risicosporten bestaat. Wel zijn er, naast het risico, de hoogte, snelheid, speciale uitrusting en spectaculaire tricks overeenkomende kenmerken zoals de strijd tegen de natuurlijke uitdagingen, het individuele karakter van de sporten en de subjectieve beoordelingscriteria bij wedstrijden (Appleton, 2005).

Natuurlijke obstakels risicosporten mee te maken krijgen kunnen binnen een stad nagebootst worden. Via kunstmatige obstakels kunnen risicosporten in ook steeds vaker worden. Gemeente Oss heeft weinig natuurlijke omgevingen voor risicosporten that is gunstige. Toch kunnen in Oss p risicosporten that is gemeente mountainbiken, kanoen, skiën/ snowboarden en skaten/ skateboarden uitgeoefend worden. Wanneer er serieus achieved de game omgegaan wordt, intensieve bewegingsmomenten opleveren. Omdat er beroep wordt gedaan op zowel het aerobe als het anaerobe energiesysteem zijn de sporten gunstig voor zowel de (beweging voor o.a that is intensieve. vetverbranding) als de algemene fitheid (kracht, lenigheid en coördinatie).

Om te kijken of jongeren van 12 t/m 17 jaar voldoende zijn er bewegingsnormen te onderscheiden. De Nederlandse Norm Gezond Bewegen (NNGB), p Fitnorm en p Combinatienorm zijn de beweegnormen die in Nederland gehanteerd worden. P NNGB een specifieke norm opgesteld voor onder 18 jaar. Risicosporten vaak inspelen op zowel de als algemene kunnen sporten jongeren helpen aan te voldoen that is NNGB. Uit het onderzoek van het CBS blijkt dat p leeftijdsgroep jongeren van 12 t/m 17 jaar in 2004 het minst vaak aan de beweegnormen voldoen. Voor de meting of van 12 t/m 17 jaar uit Oss bewegen wordt gebruik gemaakt van de NNGB voor jeugd that is voldoende.

2. Jongeren en interesses

In het hoofdstuk is duidelijk geworden dat een deel van jongeren tussen 12-en 17 jaar onvoldoende beweegt. Het bleek dat risicosporten mogelijkheden bieden om aan de Nederlandse Norm Gezond Bewegen te voldoen. Om te weten of jongeren ook willen nemen aan risicosporten worden in dit hoofdstuk interesses van jongeren. Het begrip interesse wordt in het woordenboek omschreven als ‘belangstelling, belang' (Kramers, 1997, g. 189). Aan de palm van het gedrag of belang bij hebben en de van wordt gekeken waar jongeren belangstelling voor. Tot slot wordt een methode omschreven waarbij de interesses van jongeren gemeten kan worden.

2.1 Gedragskenmerken jongeren

2.1.1 P leeftijdsfase

P leeftijd van 12 t/m 17 jaar is een deel van adolescentiefase. Het woord adolescentie stamt af van het Latijnse werkwoord ‘adolescere' wat ‘groeien naar volwassenheid' betekent (Humor p, 1995). In levensfase vindt de overgang plaats van type naar volwassenen. Het is een erg dynamische fase zit mens in p kindertijd na deze fase is mens volwassen. Geeft aan dat het moeilijk te bepalen is wanneer kinderen in de terecht komen, en nog lastiger te bepalen is wanneer zij volwassen zijn. P adolescentie neemt bij de meest mensen ongeveer 10 jaar in beslag: van ongeveer 12 tot 22 jaar (Craeynest, 2005).

De Wit deelt adolescentieperiode op in fases. Hierbij maakt hij een onderscheidt tussen de vroege- (12-14 jaar), midden- (14-16 jaar) en overdue adolescentie (17-22 jaar) (Humor p, 1995).

2.1.2 Gedrag en ontwikkelingspsychologie

Sociale ontwikkeling

In p adolescentiefase verschuiven p interesses aanzienlijk. P teenage gaat zich geleidelijk losmaken van de ouders. Heeft het over een steeds relatie' tussen de teenage en de ouders (Craeynest, 2005, g. 251.). Hiermee verwerft p teen geleidelijk meer. Deze ontwikkeling gaat teen zich steeds meer op leeftijdsgenoten richten. P mening van de leeftijdsgenoot belangrijker dan de van de ouders. Hiermee kan de mening van leeftijdsgenoten erg veel invloed hebben op het gedrag van de teen (Humor p, 1995).

Dynamische- ontwikkeling

Dat de steeds minder telt is ook een gevolg van eigen te ontwikkelen identiteit. Erikson was eerst die het. Hij geeft in zijn psychosociale identiteitstheorie aan dat de overgang van identiteitsverwarring naar een eigen verworven identiteit het kernconflict is van de adolescentieperiode(Craeynest, 2005). De oorsprong van bepaald gedrag van adolescenten kan dus te herleiden zijn uit hoe p teenage zich wil profileren in de maatschappij.

Adolescenten omgaan met de identiteitsproblematiek omschrijft Erikson achieved de phrase ‘moratorium'. Letterlijk verwijst het woord naar een uitstel of wachtperiode. Tijdens de adolescentie hoeft de jongere nog geen definitieve keuzes te nemen, waardoor de jongere eerst nog wat kan experimenteren met verschillende rollen(Craeynest, 2005). Experimenteren, het uitproberen van rollen en handelingen kan de reden van gedrag van adolescenten zijn.

2.1.3 Gedrag ontwikkelingsfysiologie

Hersenontwikkeling

Een kenmerk van de is dat deze levensfase jongeren meer. Hierbij wordt het risicogedrag verstaan als gedrag dat mogelijk negatieve gevolgen heeft. (Crone & Leijenhorst, 2008). Roken of drugsgebruik kan het deelnemen aan risicosporten hier ook een voorbeeld van zijn.

Lange gedacht dat risicovol gedrag het gevolg was van hormonen. Crone aan dat het inmiddels duidelijk is dat hormonen niet alleen verantwoordelijk zijn voor het. Verschillen tussen jongeren en volwassenen zijn het gevolg van een samenspel tussen de invloed van hormonen enerzijds, en de langzame rijping van de hersenen anderzijds" (Crone 2008, g. 4)

Aan ‘al sinds de eerst beschrijvingen van adolescentie wordt risicogedrag als belangrijkste kenmerk van de periode aangegeven. Onderzoek met vragenlijsten heeft dan ook aangetoond adolescenten meer hebben aan spannende gebeurtenissen john jonge kinderen' (Crone, 2008. 104).

Tijdens de levensfase van de adolescenten zijn hersenen nog volop in de groei. Deze groei van de hersenen loopt niet evenwichtig. P systemen in de hersenen die verantwoordelijk zijn voor het verwerken van beloning, en de gebieden die belangrijk zijn voor de cognitieve ontwikkelingstrajecten that is volgen. ‘ De langzame ontwikkeling van de hersengebieden die belangrijk zijn voor cognitieve controle en het inschatten van langetermijn consequenties, in combinatie met de piek in gevoeligheid in delaware beloningsgebieden, maakt dat im in de adolescentie sprake is van een kwetsbare balans tussen impulsen en controle' (Crone & Leijenhorst, 2008, g. 6). Hieruit blijkt dus dat p hersengebieden die verantwoordelijk zijn voor de cognitieve controle zich langzamer ontwikkelen john p hersengebieden die verantwoordelijk zijn voor beloningen, waardoor het dus kan zijn dat adolescenten in een bepaalde periode de consequenties van hun gedrag niet goed kunnen inschatten (Crone & Leijenhorst, 2008).

Monoamine oxidase

Risicogedrag is kenmerkend voor adolescentiefase. Crone geeft aan dat via vragenlijsten is aangetoond dat adolescenten meer behoefte hebben tot spannende situaties john jonge kinderen (Crone, 2008). Zuckerman gaat hierin mee en suggereert dat adolescenten de grootste risico- nemers (risk-takers) durante sensatiezoekers zijn (Zuckerman, 2006). Sensationseeking (of thrillseeking) is het zoeken naar comprising, opwinding of sensatie. Het enzym Monoamine Oxidase (MAO) en hormonen spelen een belangrijke rol bij de behoefte tot sensatie. De hoeveelheid MAO en hormonen in het lichaam tijdens de adolescentie zorgen er voor dat guys tijdens deze leeftijdsfase een grotere behoefte heeft tot sensatie (Zuckerman, 1994). P sensatiebehoefte kan ervoor zorgen dat beloning bij bepaald gedrag belangrijker wordt gevonden john de mogelijke risicois, dat het risicogedrag kunnen verklaren. In hoofdstuk 3 wordt hier verder op in gegaan.

2.2 Leefstijl jongeren

In de paragraaf is gekeken naar het. Gedrag leidt tot een bepaalde manier van leven. Een leefstijl kan omschreven worden als ‘een consistente established preferenties (perceptions) en gedrag op leefgebieden zoals werk, gezin, vrijetijd en wonen' (Pinksteren en Van Kempen, 2003). In paragraaf wordt het gedrag aan tijd jongeren. Daarnaast wordt er ook ingegaan op de dimensie ‘gezondheid', dat kenmerkend kan zijn voor een leefstijl (van der Ploeg, 1998).

2.2.1 Vrijetijdsbesteding

Jongeren hebben veel vrije tijd. De Wit (1995) geeft aan dat zij veel tijd besteden aan vrienden/ vriendinnen, muziek, activity en aan Television en stereo. Naast deze constatering maakt de Humor een onderscheid in leeftijden; jonge adolescenten (12-14) besteden meer tijd aan georganiseerd clubverband, midden adolescenten (14-16) vinden informele contacten belangrijker, en oudere adolescenten (17-22) krijgen meer belangstelling voor commerciële vormen zoals discois (p Humor, 1995).

Ook van der Ploeg (1998) geeft aan dat jongeren veel tijd besteden aan leeftijdsgenoten. In de ontstaan er verschillende groepen. Groepen hebben een uitgesproken leefstijl, zoals vele subscription- culturen als Altois of Gothics. Deze groepen zijn gemakkelijk herkenbaar doordat zij zich vaak op dezelfde wijze kleden en naar dezelfde muziek luisteren. Adolescenten rekenen zich tot zo'n groep. Wel wordt er door het grootste deel van de jongeren tijd doorgebracht in groepsverband. Van der Ploeg (1998) laat zien dat een kleine 70PERCENT van de jongeren onder elkaar zijn in een groep buiten de gevestigde instituten zoals het gezin of p college. Bij alle groepen wordt het gedrag van de teen sterk beïnvloed door de groep waar hij of zij bij hoort/ bij wil horen (van der Ploeg, 1998).

Web en spelcomputer, door de opkomst van de Computer is de van jongeren de jaren drastisch. Besteedden jongeren eind jaren 'ninety veel tijd aan muziek activity durante Television, vormt tegenwoordig de Computer en p spelcomputer een belangrijk device voor tijdsbesteding bij de jongeren (p Humor, 1995).

Het aantal uur dat jongeren van 12 t/M18 jaar Television kijkt is gedaald. Het proportion van 12 M18 jarigen dat meer dan 20 uur each week Television kijkt is van 34PERCENT in 1997 naar in 2008. Deze daling hangt samen met de stijging van het aantal jongeren DAT - 1 tot 10 uur each week television kijkt (van 23PERCENT naar 37%) (CBS, 2009).

91% van de jongeren van 12 t/m-25 jaar spot dagelijks achter een Computer. Gebruikte in 2003 nog 38PERCENT van de jongeren van 12 t/m-25 jaar dagelijks web, is dit aantal in 2009 opgelopen tot 89PERCENT (CBS, 2009). Dat jongeren veel op Web zitten zou verklaard kunnen worden doordat dit method tegenwoordig erg handig is om leeftijdsgenoten te ontmoeten. Jongeren besteden web tijd aan het communiceren met with vrienden. De grootste groep leden van de bekende vriendensite Hyves zijn jongeren van 14 t/m-25 jaar (46%) (Volkskrant, 2008).

Het proportion jongeren van 13 t/m16 jaar dat online spellen speelt is 89,7%. Van alle leeftijdsgroepen is dit het grootste proportion. Deze 89, wordt that is 7PERCENT gemiddeld 6 uur each week, 14 besteed aan het spelen van de online spellen. Spellen via web zijn ook ‘offline' onder jongeren that is videospellen tegenwoordig erg populair. Door de snelle innovatie in sport that is p - industrie is spelen van videospellen via spectaculairder beeld en voor veel jongeren sensationeler john TV kijken. 54,5% van de jongeren van 13 t/m16 jaar speelt videospellen op de Computer of spelcomputer (Wii, Xbox of Ps). Deze jongeren besteden gemiddeld 6,3 uur each week aan het spelen van videospellen Thuis is het spelen van videospellen één van de meest sensationele activiteiten die jongeren kunnen uitvoeren (IVO, 2008). De behoefte tot sensatie bij adolescenten zou kunnen verklaren dat deze leeftijdsgroep relatief veel tijd besteedt aan het spelen van videospellen that is grotere.

Grafiek 1 zien dat het aantal jongeren van 12 tot 18 jaar dat minimaal 1 uur each week activity vanaf 1997 is gestegen van naar 89%. Zoals al in hoofdstuk 1 is komt dit vooral doordat sportende jongeren meer zijn gaan. Het aantal jongeren dat meer dan 5 uur each week activity is gestegen van 30PERCENT naar 40PERCENT (CBS, 2009). Uit deze grafiek kan niet worden dat de jongeren. Uit hoofdstuk 1 bleek dat jongeren van 12 t/m 17 jaar het minst vaak voldoen aan de beweegnormen (CBS, 2006) (TNO, 2008). Ook bleek het aantal inactieve jongeren van deze leeftijdsgroep vrij groot (17PERCENT) (TNO, 2008). Dat niet gezegd kan worden dat jongeren in uren minder zijn gaan sporten, kan het dus wel zo zijn dat jongeren in personen minder zijn gaan bewegen.

2.2.2 Gezondheid

Het ministerie van VWS (Volksgezondheid, Welzijn en Activity) geeft in een monitorringonderzoek aan dat het proportion overgewicht/ obesitas bij 12 tot 14 jarigen in p perioden 1980 - 1997 - 2004 bij jongens is gestegen van 4PERCENT naar 8PERCENT naar 15PERCENT is gestegen en bij meisjes van 6 PERCENT naar 8PERCENT naar 16 PERCENT is gestegen (Ministerie VWS, 2009). Doordat jongeren tegenwoordig, weliswaar in iets minder partner, Television kijken en erg veel tijd besteden achter de Computer (huiswerk, contact leeftijdsgenoten en het spelen van videospellen) zou het kunnen zijn dat het totale beweeggedrag (ook buiten het sporten) minder is geworden.

P GGD Hart van Brabant brengt in 2007 de nota telt! in Oss' uit. Vooral het ongezonde gedrag van jongeren baart p GGD zorgen: ‘13PERCENT van de jongeren van 12 tot 17 jaar in Oss heeft overgewicht, bijna een kwart activity niet buiten schoolverband, 90PERCENT eet niet dagelijks groente en fruit en p alcoholconsumptie is zorgwekkend'(GGD Hart van Brabant, 2007, p.9). Het ongezonde gedrag bij jongeren zou een gevolg kunnen zijn van het niet goed in kunnen schatten van risico's van gedrag of grotere behoefte tot in paragraaf 2.1.3 is omschreven.

2.3 Meetmethode interesses jongeren

2.3.1 De doelgroep

Voor het verdere onderzoek wordt de leeftijdsgroep beperkt tot de midden- adolescentiefase (14-16 jaar). Jongeren van 12 tot 14 jaar hechten vaak nog veel aan activiteiten in clubverband. Voor 14 tot 16 jarige worden informele gesprekken met leeftijdsgenoten belangrijker, en wordt de rol van ouders minder prominent (p Humor, 1995). Doordat jongeren gaan experimenteren met verschillende rollen worden jongeren tijdens deze leeftijdsfase zich meer bewust van de eigen keuzes die ze kunnen maken (Craeynest, 2005). Er kan vaak zelf beslist worden of er nog aan activity gedaan wordt that is schooltijd. Hierdoor is belangrijk om sportstimuleringsprojecten voor 14-16 jarigen goed af te stemmen op behoeften van deze leeftijdsfase. Of er tijdens het verdere leven nog regelmatig gesport wordt hangt sterk af van het sportgedrag tijdens de jeugd/ adolescentie (Stegemans, 2007).

2.3.2 P te onderzoeken eigenschap

Jongeren blijken volgens Zuckerman de grootste sensatiezoekers te zijn in vergelijking met andere leeftijdsgroepen (Zuckerman, 2006). Zuckerman geeft de definitie van de eigenschap ‘sensation seeking' als ‘de behoefte aan gevarieerde, nieuwe, complexe en extreme sensaties en ervaringen en de bereidheid om fysieke, sociale, wettelijke en financiële risicois te nemen omwille van een dergelijke ervaring' (Zuckerman, 1994, p.27). P partner van behoefte tot sensatie kan bepalend zijn of iemand interesse heeft om deel te nemen aan risicosporten. Of van 14 t/m16 jaar uit Oss sensatiezoekers zijn kan gemeten worden middels een interesse- .

2.3.3 Methode

Zuckerman (1994) heeft een interesse- preferentietest ontwikkeld waarmee bepaald kan worden in welke mate iemand een sensatiezoeker is, genaamd Feeling Seeking Size (ofwel SSS). P check is gebaseerd op 3 behoeften; zoeken that are sensatie, impulsiviteit en de behoefte tot. De uitkomst van de check is verdeeld more than 4 schalen; Excitement and Journey Seeking (TAS), Expertise Seeking (ES), Disinhibition (Dis) en Boredom Vulnerability (BS). Waarbij ongewone snelheden of overwonnen moeten worden, bij TAS, de subschaal er gemeten in iemand behoefte heeft aan avontuurlijke activiteiten, zoals bij risicosporten. Bij de tweede ES, wordt er gekeken in behoefte heeft tot ervaringen/ sensaties of geest via zintuigen. Zowel nieuwe culturele (kunst, muziek etc.) als sociale ervaringen komen hierin voor. De derde subschaal (Dis) refereert aan de behoefte tot nieuwe sensaties die niet altijd legaal zijn, zoals het gebruik van booze of medicines. Als laatste representeert de vierde subschaal (BS) de mensen die een afkeer hebben in herhalende ervaringen, zoals de omgang met steeds dezelfde mensen (Zuckerman, 1994).

De originele check bestaat uit 10 vragen per schaal, forty vragen. Omdat deze meting slechts een deel van de totale vragenlijst betreft wordt de check voor dit onderzoek beperkt tot 20 vragen (5 vragen per schaal). Bij zijn ER - 2 antwoorden mogelijk; ja of nee. Wanneer een antwoord of ervaring krijgt men INCH punt een behoefte tot een sensatie, wanneer een antwoord of ervaring krijgt men that are aangeeft behoefte tot een sensatie im 0 punten voor. Op deze manier kan er een beeld gegeven worden in een sensatiezoeker that is iemand is. Kan er onderscheid gemaakt worden wat voor sensatiezoeker is via de subschalen.

2.3.4 Operationalisering vragenlijst

Eigenschap

Dimensie

Indicatoren

Feeling seeking:

‘De behoefte aan gevarieerde, nieuwe, complexe en extreme sensaties en ervaringen en de bereidheid om fysieke, sociale, wettelijke en financiële risicois te nemen omwille van een dergelijke ervaring'

(Zuckerman, 1994, p.27)

Gevarieerde sensaties en ervaringen

Comprising en avontuur zoeken (TAS)*

Ervaring zoeker (ES)*

Ervaring zonder grenzen (Dis)*

Gevoelig voor verveling (BS)*

Nieuwe sensaties en ervaringen

‘'

‘'

‘'

‘'

‘'

‘'

‘'

Complexe sensaties en ervaringen

Extreme sensaties en ervaringen

Fysieke risicois

Sociale risico's

Wettelijke risico's

Financiële risico's

Indicatoren

Vragen

Categorie

Comprising en avontuur zoeken (TAS)

A. Ik zou vaak willen dat ik een bergbeklimmer was

W. Ik click mensen niet die hun leven riskeren om bergen te beklimmen

Nominaal

A. Ik zou het leuk vinden om de game waterskiën op te pakken

W. Ik zou het niet leuk vinden om de game waterskiën op te pakken

Nominaal

A. Ik zou het leuk vinden om golfsurfen te proberen

W. Ik zou het niet leuk vinden om golfsurfen te proberen

Nominaal

A. Ik zou het leuk vinden om een vliegtuig te leren besturen

W. Ik zou het niet leuk vinden om een vliegtuig te leren besturen

Nominaal

A. Een verstandig persoon vermijdt activiteiten die gevaarlijk zijn

W. Ik vind het soms leuk om dingen te doen die een beetje eng zijn

Nominaal

Ervaring zoeker (ES)

A. Ik prefereer p ‘down to planet' soorten mensen als vrienden

W. Ik zou het leuk vinden om vrienden te maken in p buitenliggende groepen zoals kunstenaars en punkers

Nominaal

A. Mensen zouden zich moeten kleden naar een bepaalde standaard van smaak, netheid en stijl

W. Mensen zouden zich op een individuele manier moeten kleden zelfs als het resultaat soms wat raar is

Nominaal

A. Ik vind het leuk om in mijn eentje een onbekende stad of deel van een stad te verkennen, zelfs als dit betekent dat ik verdwaal

W. Ik heb liever een gids wanneer ik in een stad bill die ik niet goed ken

Nominaal

A. Ik vind het leuk om nieuw voedsel te proberen welke ik nog nooit eerder geproefd heb

W: Ik bestel de gerechten waarmee ik bekend bill om zo teleurstelling en onplezierigheid te voorkomen

Nominaal

A. Ik zou het leuk vinden om op reis te gaan zonder een van tevoren geplande of path of tijdschema.

W. Wanneer ik op reis ga vind ik het fijn om mijn path en tijdschema redelijk zorgvuldig te plannen

Nominaal

Ervaring zonder grenzen (Dis)

A: Ik hou van ‘wilde' ongeremde feestjes

W: Ik hou meer van stille feestjes met een goed gesprek

Nominaal

A: Ik ben niet geïnteresseerd in een ervaring omwille van de ervaring zelf

W: Ik vind het leuk om nieuwe en opwindende ervaringen en sensaties te hebben zelfs als deze een beetje beangstigend of illegaal zijn

Nominaal

A: Veel drinken ruïneert vaak een feestje omdat sommige mensen luidruchtig durante onstuimig worden

W: De glazen vol houden is de sleutel tot een goed feest

Nominaal

A: Ik voel me het beste naar het nemen van een aantal alcoholische drankjes

W: Im is iets fout met mensen die consumed nodig hebben om zich goed te voelen

Nominaal

A: Ik vind ‘swingers' (mensen die ongeremd en vrij zijn op het gebied van seks) niet leuk

W: Ik geniet van het gezelschap van echte ‘swingers'

Nominaal

Gevoelig voor verveling (BS)

A: Er zijn een aantal movies welke ik leuk vind om een tweede of zelfs een derde keer te zien

W: Ik kan het niet uitstaan om een movie te zien welke ik al eerder gezien heb

Nominaal

A: Ik raak verveeld bij het zien van dezelfde bekende gezichten

W: Ik hou van de bekende gezichten van dagelijkse vrienden

Nominaal

A: Ik vind mensen die dingen doen of zeggen alleen om andere te shockeren of van streek te brengen niet leuk

W: Wanneer je bijna alles kan voorspellen van wat een persoon zal gaan doen of zeggen dan moet hij of zij wel saai zijn

Nominaal

A: Ik vind het leuk om house videois, video's of vakantiefoto's te kijken

W: Kijken naar iemands house videois, video's of vakantiefoto's vind ik verschrikkelijk saai

Nominaal

A: Ik vind het meestal niet leuk om een movie of toneelstuk te zien waarbij ik van tevoren kan voorspellen wat er gaat gebeuren

W: Ik vind het niet erg om een movie of toneelstuk te zien waarbij ik van tevoren kan voorspellen wat er gaat gebeuren

Nominaal

Samenvatting hoofdstuk 2

Jongeren tussen de 12 t/m 17 jaar bevinden zich in p adolescentiefase (Craeynest, 2005). Tijdens de heeft de invloed op het. Het identiteitsprobleem als kernconflict willen jongeren in leeftijdsfase graag experimenteren met with verschillende rollen. Door het experimenteren, kan de reden van bepaald gedrag van adolescenten dus ook zijn dat ze graag iets willen uitproberen (Craeynest, 2005). Jongeren gaan in de meer. De oorzaak van dit gedrag ligt voor een deel bij de hormonen, maar ook bij de onevenwichtige hersenontwikkeling, die tijdens de adolescentie nog in volle groei zijn (Crone & Leijenhorst, 2008). Zuckerman suggereert dat adolescenten de grootste sensatiezoekers zijn. P sensatiebehoefte wordt naast de hormonen beïnvloed door het Monoamine Oxidase (MAO) niveau in het lichaam (Zuckerman, 1994).

Jongeren hebben veel vrije tijd en gaan graag in groepsverband achieved leeftijdsgenoten om (p Humor, 1995). De afgelopen jaren heeft er een duidelijke verschuiving plaatsgevonden. Jongeren besteden tegenwoordig veel tijd aan web, en zijn minder Television gaan kijken (CBS, 2009). Dat jongeren veel op Web zitten zou verklaard kunnen worden door het feit dat dit method tegenwoordig erg handig is om leeftijdsgenoten te ontmoeten. Ook zijn jongeren meer videospellen gaan spelen (IVO, 2008). Het aantal jongeren dat minder dan één uur tot 4 uur each week activity is verminderd, het aantal jongeren dat 5 uur of meer each week activity is vermeerderd (CBS, 2009). Of jongeren in het algemeen meer of minder zijn gaan de afgelopen jaren is helemaal duidelijk.

Uit een onderzoek van het Ministerie van VWS blijkt dat het aantal jongeren van 12 t/M - 14 jaar in Nederland met overgewicht van 1980 tot 2004 achieved 15PERCENT is gestegen (Ministerie VWS, 2009). Ondanks het gegeven dat jongeren in het algemeen niet echt minder zijn gaan sporten, kan het dus wel zo zijn dat jongeren minder zijn bewegen. P GGD Hart van Brabant geeft in een connection over de gezondheid over het ongezonde gedrag van jongeren in Oss aan zich zorgen te maken. Hierbij worden voorbeelden gegeven als alcoholgebruik durante eetpatroon (GGD HVB, 2007). Ongezonde gedrag bij jongeren zou een gevolg kunnen zijn van het niet goed gedrag.

P partner van tot sensatie kan that is behoefte bepalend zijn of interesse heeft om deel te nemen aan risicosporten. Voor het verdere onderzoek wordt de leeftijdsgroep beperkt tot de midden- adolescentie (14-16 jaar). Of jongeren van 14 t/m16 jaar uit gemeente Oss sensatiezoekers zijn kan gemeten worden via de interesse- en preferentietest van Zuckerman, genaamd Feeling Seeking Size (ofwel SSS) (Zuckerman, 1994).

3. Motivatie en risicosporten

In dit hoofdstuk wordt er gekeken of im verbanden zijn te leggen tussen jongeren en de motivatie om te nemen aan risicosporten. Hiervoor wordt het motivatie nader waarbij een wordt gemaakt met gedrag. Motivaties voor risicosporten worden vervolgens uiteengezet. Met deze gegevens wordt uiteindelijk naar mogelijke verbanden gekeken tussen het gedrag en van jongeren en motivaties om te nemen aan risicosporten.

3.1 Omschrijving motivatie

3.1.1 Definitie

In het woordenboek wordt het woord ‘motivatie' als volgt omschreven: ‘'het bepaald- zijn door motieven (van gedrag); bereidheid tot doelgerichte inspanning'' (Kramers, 1997, p.266).

Het begrip motivatie is afgeleid van het Latijnse woord ‘movere', dat ‘bewegen' betekent. Bewegen slaat op de beweegredenen of drijfveer, p redenen om iets te doen of te laten (Wijsman, 2001). Wijsman omschrijft motivatie als volgt: ‘'motivatie is het totaal van beweegredenen of motieven, te weten oorsprong, intensiteit en duurzaamheid van gedrag en emoties en behoeften dat op een bepaald ogenblik werkzaam is binnen een individu'' (Wijsman, 2001, p.88).

3.1.2 Motivatie en gedrag

Om te kunnen achterhalen wat iemand motiveert is het belangrijk om te kijken naar het gedrag van persoon. Het gedrag is sleutel tot de motivatie. Door het gedrag van iemand in situaties te analyseren kan zijn/ haar motivatie achterhaald worden. P ware motivatie van iemand kan ook anders zijn dan wat door het gedrag van iemand duidelijk wordt (Wijsman, 2001). Zo kan een jongeren graag een keer gaan skiën om een keer iets nieuws te proberen, maar ware motivatie is eigenlijk om p stop truck die activity te beleven.

Geluk beweert ook dat gedrag de sleutel is motivatie. Zijn definitie van motivatie is oorsprong, intensiteit en van gedrag" (Geluk, 1999, g. 16). Met de oorsprong bedoelt Geluk hetgeen dat iemand heeft tot zijn. Met de intensiteit bedoelt Geluk hoe graag wil slagen that is iemand in zijn en met de wordt, / haar doel bedoelt hoe lang het mee gaat that is gedrag. Als de is zal de waarschijnlijk ook groot zijn; als iemand iets heel graag wil zal hij gedrag hier ook langer naar vertonen.

Aan gemotiveerd gedrag is dat het doelgericht is. Iemand wil iets bereiken (het doel). Geluk verdeelt het process tot het komen van gedrag middels motivatie in drie stappen:

Een doel stellen dat de persoon nastreef

Een gedragslijn kiezen die naar het bereiken van het doel leidt

P gekozen gedragslijn uitvoeren

Voor elk doel dat een individu stelt wordt er een gedrag gekozen om te komen tot dit doel. Vervolgens wordt het gekozen gedrag uitgevoerd (Geluk 1999).

3.2 Algemene motivaties voor risicosporten

3.2.1 Psychologische motivatie tot risicosporten

De invloed van de massamedia

Celsi (2003) heeft aan de palm van een onderzoek onder skydivers een design ontwikkeld om de motivatie te verklaren voor deelname van risicosporten. Dit design is the het gevolg van de massamedia of het zoeken naar risico. P press overspoelt mensen met een dramatische kijk op het leven boeken of televisieprogrammais waardoor dit een stimulerend impact kan hebben op mensen tot het zoeken naar crisis, via movies . Een manier om crisis te zoeken in het leven is door aan risicosporten (Creyer, E.H. e.a., 2003).

Inter-/ intra-persoonlijke motieven

Celsi (2003) geeft daarnaast een aantal inter- en intra- persoonlijke motieven die invloed hebben op de deelname aan risicosporten:

* Inter- persoonlijk: Als eerste heeft de van andere veel bij deelname aan risicosporten. Als het een bepaalde groep p norm heerst is dit stimulerend om ook dit.

* Intra- persoonlijk: Als tweede heeft de mens behoefte aan self efficacy (op een efficiënte en doeltreffende wijze handelen). Als guys via nieuwe vaardigheden leert en op handelen binnen risicovolle that is succesvol situaties van de game kan dit de zelfwaardering vergroten.

* Intra- persoonlijk kan succesvol zijn binnen risicosporten gewoon als erg plezierig worden ervaren (Creyer, E.H. e.a., 2003).

Wanneer we de al eerder aangeven oorsprongtheorieën van motivatie kan het 1e motief gekoppeld worden aan intrinsieke motivatie. En waardering spelen hierin een rol de behoefte aan contact. Het 2e motief kan gekoppeld worden aan de prestatie- theorie, hier komt de behoefte tot presteren naar voren. Bij het laatste motief emotie naar voren als p mens risicosport als.

Zelfregulatie: vluchtgedrag en compensatie

Taylor & Hamilton (1997) suggereren dat deelname aan risicosporten een vorm is van zelfregulatie waarbij er sprake is van compensatie of vluchtgedrag voor negatieve ervaringen uit het dagelijks leven. Dit wordt aangegeven als vluchtgedrag van eigen bewustzijn. Een voorbeeld hiervan is het niet goed kunnen afronden van een studie (Taylor & Hamilton, 1997).

Emotionele zelfregulatie

Woodman & Lescanff (2007) zijn van mening dat de emotionele zelfregulatie de bron is van sensatiezoekend gedrag. De theorie geeft aan dat deelnemers van risicosporten afstand willen nemen van moeilijke gevoelens. Als compensatiegedrag probeert de deelnemer van een externe emoties that is risicosport onder te krijgen. Deze externe emoties, zoals worry, zijn beter controleerbaar waardoor de deelnemer er een goed gevoel aan overhoudt (Woodman & Le Scanff 2007).

3.2.2 Fysiologische motivatie risicosporten

Zuckerman geeft aan dat, doorway lichamelijke verschillen, p ene mens meer behoefte heeft aan spanning en sensatie john anderen (Zuckerman, 1994). In hoofdstuk 2 aangegeven dat het enzym MAO en hormonen invloed hebben op sensatiebehoefte. Mao-is een enzym dat functioneert als een regulator, het enzym houdt chemicals in balans. Een vorm van MAO genaamd type-B is in het gerelateerd aan experience seeking. Dit form MAO reguleert Dopamine. Dopamine is een neurotransmitter dat p plezier- . Het MAO gehalte in het bloed is laag bij hoge-sensatiezoekers, en bij lage- sensatiezoekers. Dat het MAO- gehalte in het bloed laag is bij hoge- sensatiezoekers impliceert de lagere regulatie Naast het MAO enzym veronderstelt Zuckerman ook dat de mannelijke hormoon testosteron invloed heeft op de behoefte tot sensatie (Zuckerman, 1994).

3.3 Motivaties deelname risicosporten bij jongeren

3.3.1 Psychologische motivatie deelname risicosporten jongeren

In hoofdstuk 2 naar voren dat jongeren tijdens de adolescentie- zich meer op gaan richten that is leeftijdsgenoten. P mening/ normen en waarden van leeftijdsgenoten worden belangrijker (p Humor, 1995). Wanneer er bij adolescenten binnen een groep, of door een belangrijk persoon binnen de groep veel waarden gehecht wordt aan uitdagende of stoere sporten (bijvoorbeeld klimmen of snowboarden) is de kans groot dat andere jongeren uit de groep ook nieuwsgierig raken naar de sporten. Of adolescenten gaan deelnemen aan een bepaalde activity zal voor een groot deel afhangen van het imago en participatie in game that is de bij leeftijdsgenoten.

Naast het gegeven dat de mening van leeftijdsgenoten belangrijker wordt, blijkt in hoofdstuk 2 dat adolescenten te maken krijgen met de identiteitscrisis (Craeynest, 2005). Het experimenten met with rollen. In hoofdstuk 3 is aangegeven dat een kleine 70PERCENT van de jongeren onder elkaar zijn in een groep buiten de gevestigde instituten zoals het gezin of p college. Jongeren willen zich - cultuur of groep. Risicosporten worden met with van jongeren. Bij het definiëren van de risicosport in hoofdstuk 1 bleek dat p phrase vaak wordt gebruikt bij populaire alternatieve sporten voor jongeren, zoals skateboarden of snowboarden (Zuckerman, 2006). Bij risicosporten als skaten durante snowboarden is kenmerkende te zien. Het zijn vaak hoge- sensatiezoekers, die op dezelfde wijze kleden en gedragen. P sporten en leefstijl kunnen door de massamedia (Creyer, E.H. e.a., 2003), aantrekkelijk zijn voor jongeren.

3.3.2 Fysiologische motivatie deelname risicosporten jongeren

Hersenontwikkeling

In hoofdstuk 2 wordt aangegeven dat hersengebieden die verantwoordelijk zijn voor de cognitieve controle ontwikkelen john p hersengebieden that is langzamer die zijn voor beloningen, waardoor het dus kan zijn dat adolescenten in een bepaalde periode de van hun. Bij de analyse van de leefstijl van jongeren in hoofdstuk 2 bleek dat jongeren uit gemeente Oss risicogedrag vertonen op het gebied van alcoholgebruik (GGD Hart van Brabant, 2007). Onderzoekers hebben de balans tussen emotiesystemen durante controlesystemen verder onderzocht (Crone, 2008). De ontwikkeling van deze systemen gebeurt in p sub- corticale (diep in de hersenen liggende) basale ganglia, met daarin een beloningscentrum: p nucleus accumbens. Aan dat ‘niet alleen het krijgen van een beloning, maar ook het antiperen op een mogelijke beloning nucleus accumbens' (Crone, 2008 g. 110). Het blijkt dat Jongeren (en dan vooral jongeren in p midden- adolescentiefase) additional gevoelig zijn voor beloningen. Zou ook kunnen verklaren waarom adolescenten spannende situaties opzoeken' (Crone, 2008 g. 111).

Monoamine oxidase

Het enzym MAO en de mannelijke hormoon testosteron hebben invloed op p sensatiebehoefte van de mens (zie paragraaf 3.2.2). Een grotere hoeveelheid correleert aan een grotere tot sensatie that is behoefte. Mannen als deze waarbij de aanwezige that is bezitten hoeveelheid bij mannen groter is. Dat het niveau MAO over de jaren toeneemt en de hoeveel testosteron vanaf het 20e levensjaar verminderd kunnen redenen zijn dat jongeren een grotere behoefte hebben tot sensatie john volwassenen (Zuckerman, 1994). Een grote tot sensatie kan ervoor zorgen dat guys meer heeft voor spannende/ sensatiesporten. Of jongeren uit gemeente Oss een grote behoefte hebben aan sensatie wordt via de interesse en preferentietest van Zuckerman gemeten (zie paragraaf 2.3.2).

3.4 Meetmethode motivaties tot deelname risicosporten bij jongeren

3.4.1 Doelgroep, eigenschap en methode

2 is aangegeven dat er interesse- check gedaan wordt onder jongeren van 14 t/m16 jaar uit de Oss. Via deze check kan er gekeken worden in deze doelgroep sensatiezoekers zijn. Om te weten of jongeren ook echt deel willen nemen aan risicosporten zal er naast de interesse check ook een motivatietest worden afgenomen. Vanuit de definitie van het begrip ‘motivatie' is een vragenlijst. Via deze kunnen de van jongeren om deel te nemen aan risicosporten worden that is motivaties. Gekozen is voor gesloten vragen (kwantitatief). In constructie van de vragen zijn ook de gegevens uit het literatuuronderzoek betrokken. Bij deze gesloten vragen is een gebruikt. Bij de zijn meerdere antwoorden mogelijk waardoor de deelnemer genoeg keuzemogelijkheden heeft. Im is gekozen voor oriënterende vragen voldoende bekend has ended het onderwerp van het onderzoek. P vragen zijn zodanig opgezet dat de doelgroep, jongeren van 14 t/m16 jaar, p vragen en de mogelijke antwoorden begrijpen.

3.4.2 Operationalisatie vragenlijst

Eigenschap

Dimensie

Indicatoren

Motivaties tot deelname aan risicosporten:

het totaal van beweegredenen of motieven, te weten oorsprong, intensiteit en duurzaamheid van gedrag en emoties en behoeften, voor deelname aan risicosporten dat op een bepaald ogenblik werkzaam is binnen een individu (Wijsman, 2001)

Oorsprong van gedrag, behoefte en emotie

Presteren

Nieuwsgierigheid

Identiteit/ zelfbeeld

Invloed van anderen

Plezier

Uitdaging

Worry

Vluchtgedrag

Intensiteit en duurzaamheid van gedrag

Keuze alternatieven

Zekerheid keuzes

Indicatoren

Vragen

Categorie

Presteren

Ik doe graag aan risicosporten omdat ik mijzelf hier.

a. Niet/ geen (ordinaal)

W. In geringe mate

D. Neutraal/ gemiddeld

N. In redelijke partner

Elizabeth. In zeer sterke partner

Ik vind het belangrijk dat ik vooruitgang boek met with de risicosport.

a. Niet/ geen (ordinaal)

W. In geringe mate

D. Neutraal/ gemiddeld

N. In redelijke partner

Elizabeth. In zeer sterke partner

Nieuwsgierigheid

Ik heb aan risicosporten.

a. Nooit (ordinaal)

W. Één maal

D. Eens in het aantal jaren

N. Vaker per jaar

Ik heb interesse om te nemen aan een risicosport.

a. Ja (ordinaal)

W. Nee

D. Misschien

Ik heb aan risicosporten deelgenomen of ik zou aan risicosporten deel willen nemen omdat ik graag nieuwe dingen uitprobeer

a. Ja (ordinaal)

W. Ja, samen met andere redenen

D. nee, ik zou door een andere reden willen deelnemen aan risicosporten

N. nee, ik zou niet deel willen nemen aan risicosporten

Identiteit/ zelfbeeld

Ik doe graag aan risicosporten omdat ik mij daar aan wil identificeren.

a. Niet/ geen (ordinaal)

W. In geringe mate

D. Neutraal/ gemiddeld

N. In redelijke partner

Elizabeth. In zeer sterke partner

Ik doe graag aan risicosporten omdat subcultuur durante leefwijze die hier aan verbonden is erg aanspreekt.

a. Niet/ geen (ordinaal)

W. In geringe mate

D. Neutraal/ gemiddeld

N. In redelijke partner

Elizabeth. In zeer sterke partner

Invloed van anderen

Ik doe graag aan risicosporten omdat vrienden/ kennissen dit ook doen

a. Niet/ geen (ordinaal)

W. In geringe mate

D. Neutraal/ gemiddeld

N. In redelijke partner

Elizabeth. In zeer sterke partner

Ik zou graag een keer deel willen nemen aan risicosporten omdat vrienden/ kennissen hier erg positief over zijn

a. Niet/ geen (ordinaal)

W. In geringe mate

D. Neutraal/ gemiddeld

N. In redelijke partner

Elizabeth. In zeer sterke partner

Plezier

Ik doe graag aan risicosporten omdat ik de game als erg plezierig ervaar

a. Niet/ geen (ordinaal)

W. In geringe mate

D. Neutraal/ gemiddeld

N. In redelijke partner

Elizabeth. In zeer sterke partner

Worry

Ik doe aan risicosporten omdat ik mijn angsten graag wil overwinnen

a. Niet/ geen (ordinaal)

W. In geringe mate

D. Neutraal/ gemiddeld

N. In redelijke partner

Elizabeth. In zeer sterke partner

Vluchtgedrag

Ik doe graag aan risicosporten omdat behoefte heb om mij van het dagelijks leven af te wenden

a. Niet/ geen (ordinaal)

W. In geringe mate

D. Neutraal/ gemiddeld

N. In redelijke partner

Elizabeth. In zeer sterke partner

Als ik tegen problemen aan cycle in dagelijks leven zoek ik uitdagingen op in vorm van risicosporten

a. Niet/ geen (ordinaal)

W. In geringe mate

D. Neutraal/ gemiddeld

N. In redelijke partner

Elizabeth. In zeer sterke partner

Keuze alternatieven

Ik doe liever deelnemen aan risicosporten dan aan traditionele sporten

a. Niet/ geen (ordinaal)

W. In geringe mate

D. Neutraal/ gemiddeld

N. In redelijke partner

Elizabeth. In zeer sterke partner

Zekerheid keuzes

Ik betaal graag iets meer voor deelname aan risicosporten in plaats van deel te nemen aan de goedkopere traditionele sporten

a. Niet/ geen (ordinaal)

W. In geringe mate

D. Neutraal/ gemiddeld

N. In redelijke partner

Elizabeth. In zeer sterke partner

De kans op situaties die voor kunnen komen bij risicosporten keuze of ik nemen aan deze sporten negatief that is deel.

a. Niet/ geen (ordinaal)

W. In geringe mate

D. Neutraal/ gemiddeld

N. In redelijke partner

Elizabeth. In zeer sterke partner

Dat er bij risicosporten de kans op gevaarlijke situaties vind ik juist aantrekkelijk.

a. Niet/ geen (ordinaal)

W. In geringe mate

D. Neutraal/ gemiddeld

N. In redelijke partner

Elizabeth. In zeer sterke partner

Samenvatting hoofdstuk 3

Motivatie is het van beweegredenen of dat op een bepaald ogenblik werkzaam is een individu. Aan het gedrag van iemand kan er te zien zijn wat de motivatie is. P motivatie kan echter ook anders zijn dan dat im doet blijken uit het gedrag that is ware.

Als eerste speelt de massamedia een rol bij de tot deelname aan risicosporten that is keuze. P press overspoelt mensen met een dramatische kijk op het leven boeken of televisieprogrammais waardoor dit een stimulerend impact kan hebben op mensen tot het zoeken naar crisis, via movies . Daarnaast heeft de medemens invloed op de tot deelname aan risicosporten that is keuze. Het kan ook zijn dat de mens heeft aan self efficacy. Als laatste kan de mens ook gewoon plezier beleven aan het beoefenen van risicosporten. Een andere kijk op de motivatie is deelname aan risicosporten. Weer een andere kijk op de motivatie is dat de emotie de bron zelf is van het. Kunnen de interne gevoelens that is moeilijke plaats maken voor beter te controleren externe emoties.

Naast het gegeven dat de mening van leeftijdsgenoten belangrijker wordt, blijkt in hoofdstuk 2 dat adolescenten te maken krijgen met de identiteitscrisis (Craeynest, 2005). Bij het definiëren van de risicosport in hoofdstuk 1 bleek dat p phrase vaak wordt gebruikt bij populaire alternatieve sporten voor jongeren. (Zuckerman, 2006). Bij risicosporten als skaten durante snowboarden is kenmerkende te zien. Het zijn vaak hoge- sensatiezoekers, die op dezelfde wijze kleden en gedragen. P sporten en leefstijl kunnen door de massamedia (Creyer, E.H. e.a., 2003), aantrekkelijk zijn voor jongeren.

In hoofdstuk 2 enzym MAO invloed hebben op de tot sensatie that is behoefte. Het mannelijke testosteron te zijn aan that are gerelateerd sensatiezoekend gedrag. Een grotere hoeveelheid testosteron is gecorreleerd aan een grotere tot sensatie that is behoefte. Dat het niveau MAO over de jaren afneemt en de hoeveel testosteron vanaf het 20e levensjaar verminderd kunnen redenen zijn dat jongeren een grotere behoefte hebben tot sensatie john volwassenen (Zuckerman, 1994)

4. Resultaten

5. Conclusies

6. Aanbevelingen

7. Discussie

8. Bronnenlijst

* Alpinesports (z.j.). Voordelen van de rolbaan. Oss, van het Internet gehaald op 28 dec 2009: http://www.alpinesports.nl/voordelen-van-de-rolbaan.

* Appleton, T. (2005). What is so severe about intense activities? Ny, van het Internet gehaald op 17 februari 2009: http://www.spiked-online.com/Articles/0000000CADe26.htm.

* Britisch Journal Of Sportsmedicine (2006). Structure of activity mountain climbing. Van het Internet gehaald op 8 januari 2010: http://www.horoftvs.cz/sheel_physiology_of_sport_rock_climbing.pdf

* CBS (2006). Rapportage Activity. Den Haag, van het Internet gehaald op 6 januari 2010: http://www.nisb.nl/dossiers/ruimte/rapportage_sport_2006.pdf

* CBS (2009). Tijd; Activity. Heerlen, van het Internet gehaald op 15 dec 2009: http://statline.cbs.nl/StatWeb/publication/?VW=T&DM=SLNL&PA=60029ned&D1=1-2,9-10,20-21&D2=a,!3-11,!17-47&D3=l&HD=080519-1106&HDR=T&STB=G2,G1

* Craeynest, G. (2005). Psychologie van de levensloop. Leuven.

E.H, * Creyer. e.a.(2003). Dangerous entertainment: of factorsinfluencing the chances of the results of expertise an exploration. Amusement reports, 22, (239-253).

* Crone, ELIZABETH. K, & Leijenhorst. (2008). Het adolescentenbrein: inzichten in gedrag in de uit de neurowetenschappen. Neuropraxis, 1, (3-7).

* Crone, E. (2008). Het brein. Amsterdam.

* P Maaslandse kano vereniging (z.j.) Over de MKV. Oss, van het Internet gehaald op 11 januari 2010: http://mkv-oss.nl/info

· Sports Exercise consultant (z.j.) Ski Training Area. Southport, van het Internet gehaald op 6 januari 2010: http://www.sport-fitness-advisor.com/ski-training.html

* Geluk, H. (1999). Een sociaal-psychologische benadering. Introduction, Baarn.

* Gemeente Oss (2001). Skaten in Oss. Oss, van het Internet gehaald op 4 januari 2010: http://www.oss.nl/dsc?c=getobject&s=obj&!sessionid=1K78L9!zmM!2Az1JIodvhoUlCp3M4eGxJl@OuGE@@hWdpz8XH1!b8xG1jif1WxRz&objectid=9335&!dsname=ossextern

* Gemeente Oss (2005). Uitvoeringsprogramma Herperduin. Oss, van het Internet gehaald op 11 januari 2010: http://www.oss.nl/dsc?c=getobject&s=obj&!sessionid=17M4aGBJhXOuKEXXlWdpD8XL5Wf8xK1jmf5WBNDecGa59bs1WzcV!js3tW8jhb9o&objectid=261981&!dsname=ossextern&getastype=PDF

* GGD Hart van Brabant (2007). Telt! in Oss. 's Hertogenbosch, van het Internet gehaald op 20-december 2009: http://www.ggdhvb.nl/doclink/Document/binaries/Informatie_voor/gemeenten/Volksgezondheid/oss.pdf

* Gottlieb, M. (2004). Rugby: A Severe Conventional Activity, Or Could It Be A Conventional Severe Activity? La, van het Internet gehaald op 18 februari 2009: http://media.www.theseahawk.org/media/storage/paper287/news/2004/02/05/ExtremeSports/Rugby.An.Extreme.Traditional.Sport-597340.shtml.

* IVO (2008) Videogames en Nederlandse jongeren. Rotterdam, van het Internet gehaald op 4 januari 2010: http://www.ivo.nl/UserFiles/File/Publicaties/2008-11%20Factsheet%20videogames.pdf

* Diary of Sports-Science and Medication (2008). Kayaking's demands: an evaluation. Lidcome, van het Internet gehaald op 27 dec 2009: http://www.jssm.org/vol7/n1/1/v7n1-1pdf.pdf

* KNWU Wieler Journal (z.j.) P fysiologie van het mountainbiken. Van het Internet gehaald op 10 januari 2010: http://www.contest.nl/wm07-3-MTB.pdf

* Ploeg, J.D. van der (1998). Gedragsproblemen: ontwikkelingen en risico's. Rotterdam.

* Scouting Schaijk (z.j.). Werkgroep klimwand. Schaijk, van het Internet gehaald op 28 dec 2009: http://www.scoutingschaijk.nl/klimwand.htm.

* Skatetime School Applications (z.j.) Structure of Inline Skating. Van het Internet gehaald op 4 januari 2010: www.skatetime.com/all_inline.pdf+physiology+skating&hl=nl&gl=nl&pid=bl&srcid

* Taylor, R.L. & Hamilton, J.C. (1997). Initial data for self's part -regulatory procedures in experience seeking. Mississippi, van het Internet gehaald op 19 februari 2009: http://www.informaworld.com/smpp/content~db=all~content= a778316094? words=sensation*|seeking*.

* TNO (2008). Bewegen in Nederland 2000-2008. Leiden, van het Internet gehaald op 20-december 2009: http://www.tno.nl/downloads/KvL-L.09-10.785Mu_laag1.pdf

* Vermeer, P.S. (1997). Compactwoordenboek Nederlands. Reed company data, Amsterdam.

* VWS (2007). Kiezen voor gezond leven 2007-2010. Den Haag, van het Internet gehaald op 16 dec 2009: http://www.minvws.nl/notas/pg/2006/kiezen-voor-gezond-leven.asp

* VWS (2009). Nota Overgewicht. Den Haag, van het Internet gehaald op 15 dec 2009: http://www.minvws.nl/notas/vgp/2009/nota-overgewicht.asp

* W.J.H. Mulier Instituut (2007). Effecten van game en bewegen op faculty. ‘s- Hertogenbosch, van het Internet gehaald op 12 januari 2010: http://sport.cda.nl/Portals/568/docs/Effect_van_sport_en_bewegen_op_school.pdf

* Webster's New Millennium Book of Language (z.j.). Definitie sports. California, van het Internet gehaald op 22 februari 2009: http://dictionary.reference.com/browse/extreme%20sport

* Wijsman, ELIZABETH. (2001). Psychologie en sociologie. Groningen.

T, * Humor. P (1995). Psychologie van de adolescentie. Baarn.

T., * Woodman C. le (2007). European congress of sport psychology. Do individuals participate in high risk actions? An emotional control design. Document 1, Symposium 27.

M, * Zuckerman. (1994). Behavioral expressions of experience seeking. Ny .

M, * Zuckerman. (2006). Sensation Seeking. Washington.

9. Bijlagen

Bijlage I Onderzoeksopzet

Eenheid

De respondenten

Jongeren van 14 t/m16 jaar uit gemeente Oss.

P onderzoekpopulatie

Het totaal aantal jongeren van 10 tot 15 jaar uit gemeente Oss is 4665. Het totaal aantal jongeren van 15 tot 20 jaar uit gemeente Oss is 4795. Opgeteld zijn er 9460 aantal jongeren van 10 tot 20 jaar in gemeente Oss (CBS, 2008). P te leeftijdsgroep bestaat ongeveer uit 30PERCENT van het dat op 2838 jongeren. Hieruit kan worden m16 jaar uit gemeente Oss niet meer dan 4000 is.

In het voortgezet onderwijs in de gemeente Oss pimple 56PERCENT van de jongeren op het HAVO/ VWO, en 44PERCENT op het VMBO (gemeente Oss, 2009). Het is van belang om een soortgelijke verdeling te krijgen in het schoolniveau van de om een betrouwbaar beeld te krijgen van de jongeren in het voorgezet onderwijs in Oss.

Grootte steekproef

Im is voor een betrouwbaarheidsmarge van een van bij een populatiegrootte van 4000. Dit betekent dat er moeten worden afgenomen that is minimaal 254 enquêtes.

(www.allesovermarktonderzoek.nl)

Plaats en tijd

Methode onderzoek

Kwantitatief - enquête

Plaats en tijd

- Tijd: 11-01-‘10 t/m 22-01-‘10

- Middelbare scholen in het voortgezet onderwijs in gemeente Oss

- Er wordt op verschillende middelbare scholen in het voortgezet onderwijs tijdens lesuren in klassen gevraagd of leerlingen een willen invullen. De deelnemende scholen krijgen een kopie van het onderzoeksrapport.

Scholen

* Het Mondriaan College Oss

- Goedgekeurd door Dhr. T. van den Hoogen

- Contactpersoon: Dhr. T. van den Hoogen

- Functie contactpersoon: Teamleider VMBO- afdeling

- Tijd: in week 2 2010: 15 minuten aan het start van de reduce tijdens lesuren

- Wie: leerlingen van zowel VMBO als HAVO en VWO

- Totaal aantal leerlingen: +/- 1400 leerlingen

- Aantal af te nemen enquêtes: 146 binnen het HAVO/ VWO (56PERCENT van 261), en 55 binnen het VMBO

· Hooghuislyceum Ravenstein (gemeente Oss)

- Goedgekeurd door Dhr. T. van de Broek

- Contactpersoon: Dhr. T. van de Broek

- Functie contactpersoon: Locatiemanager

- Tijd: in week 3 2010: 15 minuten aan het start van de reduce tijdens lesuren

- Wie: leerlingen van het VMBO

- Totaal aantal leerlingen: +/- 350

- Aantal af te nemen enquêtes: 60

Onderzoeksdimensies/ operationalisering naar indicatoren en vragen naar vragenlijst

- Bewegen

- Interesses

- Motivaties

Onderzoeksvragen

1. Bewegen jongeren van 14 t/m16 jaar uit de Oss voldoende volgens de Nederlandse norm gezond bewegen?

2. Waar liggen de interesses van jongeren van 14 t/m16 jaar uit de Oss m.b.t. vrijetijdsbesteding en game?

3. In zijn jongeren van 14 t/m16 jaar uit gemeente Oss gemotiveerd te nemen aan risicosporten?

Eigenschap

Beschrijvend onderzoek.

Technieken

Kind onderzoek

Enquete (zelfstandig in te vullen)

Onderzoeksmethode

Kwantitatief (gesloten vrage

Bijlage two Definitieve vragenlijst

Beste leerling,

Het doel van deze enquête is meer te weten komen over p motivaties van jouw om deel te nemen aan risicosporten. De uit een interesse, motivatie- en beweegtest.

In enquête that is deze zal gebruik worden gemaakt van meerdere antwoordcategorieën. Vraag zal bestaan uit 2 tot 6 keuzemogelijkheden.

Geef of op jou van toepassing in de aan welke van de keuzes het beste bij jou earlier is te zetten. Im is per vraag mogelijk antwoord.

In de vragenlijst zal vaak het begrip ‘'risicosporten" voorkomen. Dit zijn sportactiviteiten met een grotere kans op situaties. Voorbeelden van risicosporten zijn golfsurfen, klimmen, skiën/ snowboarden, mountainbiken, kanoën, skaten/ skateboarden, BMX- fietsen etc.

Het kan zijn dat je een vraag bij je vindt passen. Probeer dan toch het antwoord aan te kruisen dat het jou van toepassing is. Het is belangrijk dat je. Wanneer je een kruisje hebt gezet bij een keuze en je denkt dat een andere keuze toch beter bij je previous, maak het verkeerd vakje dan helemaal zwart that are aangekruiste, en een nieuw kruisje de keuze.

Ik ben wat jij van iets vindt. Geef een eerlijk van jezelf. Er zijn geen goede of antwoorden mogelijk.

Bedankt voor het invullen!!

Jasper van den Hoogen

Pupil Fontys Sporthogeschool

Algemeen

1. Wat is je?

(als je ouder of jonger bent dan de aangegeven leeftijden hoef je de enquête niet in te vullen)

O - 14

E 15

E 16

2. Ik ben een

E Jongen

E Meisje

3. Welke schoolniveau doe je?

E VMBO foundation beroepsgerichte leerweg

E VMBO kader beroepsgerichte leerweg

E VMBO gemengde leerweg

E VMBO theoretische leerweg

E HAVO

E VWO

Check that is Interesse

1.

E Ik zou vaak willen dat ik een bergbeklimmer was

E Ik click mensen niet die hun leven riskeren om bergen te beklimmen

2.

E Er zijn een aantal movies welke ik leuk vind om een tweede of zelfs een derde keer te zien

E Ik kan het niet uitstaan om een movie te zien welke ik al eerder gezien heb

3.

OA: Ik raak verveeld bij het zien van dezelfde bekende gezichten

OB: Ik hou van de bekende gezichten van dagelijkse vrienden

4.

OA: Ik hou van ‘wilde' ongeremde feestjes

OB: Ik hou meer van stille feestjes met een goed gesprek

5.

E Ik vind het leuk om in mijn eentje een onbekende stad of deel van een stad te verkennen, zelfs als dit betekent dat ik verdwaal

E Ik heb liever een gids wanneer ik in een stad bill die ik niet goed ken

6.

E Ik vind mensen die dingen doen of zeggen alleen om andere te shockeren of van streek te brengen niet leuk

E Wanneer je bijna alles kan voorspellen van wat een persoon zal gaan doen of zeggen dan moet hij of zij wel saai zijn

7.

E Ik zou het leuk vinden om de game waterskiën op te pakken

E Ik zou het niet leuk vinden om de game waterskiën op te pakken

8.

E Ik vind het leuk om house videois, video's of vakantiefoto's te kijken

E Kijken naar iemands house videois, video's of vakantiefoto's vind ik verschrikkelijk saai

9.

E Ik ben niet geïnteresseerd in een ervaring omwille van de ervaring zelf

E Ik vind het leuk om nieuwe en opwindende ervaringen en sensaties te hebben zelfs als deze een beetje beangstigend of illegaal zijn

10.

E Ik vind het meestal niet leuk om een movie of toneelstuk te zien waarbij ik van tevoren kan voorspellen wat er gaat gebeuren

E Ik vind het niet erg om een movie of toneelstuk te zien waarbij ik van tevoren kan voorspellen wat er gaat gebeuren

11.

E Een verstandig persoon vermijdt activiteiten die gevaarlijk zijn

E Ik vind het soms leuk om dingen te doen die een beetje eng zijn

12.

E Ik zou het leuk vinden om een vliegtuig te leren besturen

E Ik zou het niet leuk vinden om een vliegtuig te leren besturen

13.

E Ik prefereer p ‘down to planet' soorten mensen als vrienden

E Ik zou het leuk vinden om vrienden te maken in p buitenliggende groepen zoals kunstenaars en punkers

14.

E Veel drinken ruïneert vaak een feestje omdat sommige mensen luidruchtig durante onstuimig worden

E P glazen vol houden is de sleutel tot een goed feest

15.

E Ik zou het leuk vinden om op reis te gaan zonder een van tevoren geplande of path of tijdschema.

E Wanneer ik op reis ga vind ik het fijn om mijn path en tijdschema redelijk zorgvuldig te plannen

16.

E Ik vind het leuk om nieuw voedsel te proberen welke ik nog nooit eerder geproefd heb

E Ik bestel de gerechten waarmee ik bekend bill om zo teleurstelling en onplezierigheid te voorkomen

17.

E Ik voel me het beste naar het nemen van een aantal alcoholische drankjes

E Im is iets fout met mensen die consumed nodig hebben om zich goed te voelen

18.

E Mensen zouden zich moeten kleden naar een bepaalde standaard van smaak, netheid en stijl

E Mensen zouden zich op een individuele manier moeten kleden zelfs als het resultaat soms wat raar is

19.

E Ik zou het leuk vinden om golfsurfen te proberen

E Ik zou het niet leuk vinden om golfsurfen te proberen

E Ik vind ‘swingers' (mensen die ongeremd en vrij zijn op het gebied van seks) niet leuk

E Ik geniet van het gezelschap van echte ‘swingers' Motivatietest

4. Ik heb aan risicosporten.

E Nooit

E Één maal

E Eens in p aantal jaren

5. Ik heb interesse om te nemen aan een risicosport.

E Ja

E Nee

E Misschien

6. Ik doe/ deel that is zou willen nemen aan risicosporten omdat ik graag nieuwe dingen wil ervaren.

E Niet/ geen

E In geringe mate

E Neutraal/ gemiddeld

E In redelijke partner

E In zeer sterke partner

7. Ik doe/ zou willen nemen that is deel aan omdat ik mijzelf hier.

E Niet/ geen

E In geringe mate

E Neutraal/ gemiddeld

E In redelijke partner

E In zeer sterke partner

8. Ik doe/ deel that is zou willen nemen aan risicosporten omdat ik mij daar aan wil identificeren.

E Niet/ geen

E In geringe mate

E Neutraal/ gemiddeld

E In redelijke partner

E In zeer sterke partner

9. Ik doe/ zou deel willen nemen aan risicosporten omdat subcultuur durante leefwijze die hier aan verbonden is erg aanspreekt.

E Niet/ geen

E In geringe mate

E Neutraal/ gemiddeld

E In redelijke partner

E In zeer sterke partner

10. Ik doe/ zou deel willen nemen aan risicosporten omdat vrienden dit ook doen.

E Niet/ geen

E In geringe mate

E Neutraal/ gemiddeld

E In redelijke partner

E In zeer sterke partner

11. Ik zou graag een keer deel willen nemen aan risicosporten omdat vrienden/ kennissen hier erg positief over zijn.

E Niet/ geen

E In geringe mate

E Neutraal/ gemiddeld

E In redelijke partner

E In zeer sterke partner

12. Ik doe/ zou deel nemen aan ik mijn angsten that is risicosporten graag wil overwinnen.

E Niet/ geen

E In geringe mate

E Neutraal/ gemiddeld

E In redelijke partner

E In zeer sterke partner

13. Ik doe/ deel that is zou willen nemen aan risicosporten omdat ik behoefte heb mij van het dagelijks leven af te wenden.

E Niet/ geen

E In geringe mate

E Neutraal/ gemiddeld

E In redelijke partner

E In zeer sterke partner

14. De kans op situaties die voor kunnen komen bij risicosporten keuze of ik nemen aan deze sporten negatief that is deel.

E Niet/ geen

E In geringe mate

E Neutraal/ gemiddeld

E In redelijke partner

E In zeer sterke partner

15. Dat er bij risicosporten de kans op gevaarlijke situaties vind ik juist aantrekkelijk.

E Niet/ geen

E In geringe mate

E Neutraal/ gemiddeld

E In redelijke partner

E In zeer sterke partner

De vragen alleen invullen als je al ooit een keer hebt deelgenomen aan risicosporten.

16. Ik doe aan risicosporten omdat ik game als erg plezierig ervaar.

E Niet/ geen

E In geringe mate

E Neutraal/ gemiddeld

E In redelijke partner

E In zeer sterke partner

17. Ik betaal graag meer voor deelname aan risicosporten in plaats van te nemen aan de traditionele sporten that is goedkopere.

E Niet/ geen

E In geringe mate

E Neutraal/ gemiddeld

E In redelijke partner

E In zeer sterke partner

18. Ik doe liever deelnemen aan dan aan traditionele sporten that is risicosporten.

E Niet/ geen

E In geringe mate

E Neutraal/ gemiddeld

E In redelijke partner

E In zeer sterke partner

19. Als ik problemen aan cycle in leven zoek ik uitdagingen op in vorm van risicosporten.

E Niet/ geen

E In geringe mate

E Neutraal/ gemiddeld

E In redelijke partner

E In zeer sterke partner

Beweegtest

De volgende vragen gaan over lichaamsbeweging, zoals wandelen of fietsen, sporten of op faculty that is bewegen. Het gaat om alle lichaamsbeweging die tenminste actually inspannend is als stevig doorlopen op fietsen:

1. Dagen each week in p ZOMER heb jij tenminste 30 minuten per dag zulke lichaamsbeweging?

........................

2. Dagen each week in p WINTERTIME heb jij tenminste 30 minuten per dag zulke lichaamsbeweging?

........................

3. Dagen each week in p ZOMER heb jij tenminste 60 minuten per dag zulke lichaamsbeweging?

.........................

4. Dagen each week in p WINTERTIME heb jij tenminste 60 minuten per dag zulke lichaamsbeweging?

........................